Kritische reflectie

Hondenziekte-uitbraak in Nederland: wat de feiten écht laten zien

Sinds eind juni 2026 spreekt iedereen over een hondenziekte-uitbraak, in de wandelgangen zelfs over een epidemie. Ik ben de berichtgeving stap voor stap nagelopen, van de eerste lokale melding tot de meest recente publicaties, en leg uit wat er wél en niet vaststaat.

Stefan Veenstra, integratief dierenarts (DVM) · 13 augustus 2026 · ~14 minuten leestijd

Samenvatting

Op 19 juni 2026 werd bij twee honden in Driebergen hondenziekte vastgesteld. Op 25 juni meldde de KNMvD “meerdere honden” rond Utrecht en Nijmegen, zonder aantal. Sindsdien is er geen enkele nieuwe publieke telling bijgekomen, terwijl tientallen praktijken het bericht overnamen en de term “uitbraak” of “epidemie” ging rondzingen. Ik loop de tijdlijn na, leg uit welke gegevens ontbreken om dit epidemiologisch te kunnen beoordelen, en bespreek wat de KNMvD en de WSAVA zelf zeggen over vaccineren versus titeren bij volwassen, correct gevaccineerde honden.

Wat is er tot nu toe daadwerkelijk gemeld?

De harde, herleidbare feiten zijn beperkter dan de term “uitbraak” of “epidemie” doet vermoeden. Er is precies één concrete telling van bevestigde gevallen, en die is twee.

Op 19 juni 2026 meldden lokale media in de regio Utrecht dat bij een tweetal honden in Driebergen hondenziekte was vastgesteld.[1] Details over leeftijd, vaccinatiestatus of klinisch beeld van deze twee dieren werden niet gepubliceerd. Een dag later nuanceerde Dierenarts Ede het beeld nog: “Het gaat niet om één grote uitbraak op één plek, maar om losse gevallen verspreid over het land”[2], een kwalificatie die in de latere berichtgeving grotendeels is verdwenen.

Op 25 juni 2026 publiceerde de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), de beroepsvereniging van Nederlandse dierenartsen, een bericht dat bij “meerdere honden in de omgeving van Utrecht en Nijmegen” canine distemper virus (CDV, het virus dat hondenziekte veroorzaakt) was vastgesteld.[3] Dat bericht bevat geen aantal, geen leeftijden, geen vaccinatiestatus en geen laboratoriumdetails per hond: het is een oproep aan dierenartsen om alert te zijn, geen epidemiologisch rapport.

Vanaf begin juli ontstaat vooral een echo van datzelfde ene bericht. Tientallen praktijken, van Tiel tot IJsselstein tot Loosdrecht, publiceren eigen waarschuwingen op hun website en Facebookpagina, maar voor zover ik ze kan herleiden, presenteren vrijwel geen van hen nieuwe, zelf bevestigde patiënten. Ze verwijzen terug naar diezelfde KNMvD-melding van 25 juni.

Datum Bron Wat er concreet gemeld wordt
19 jun 2026 Lokale media Driebergen[1] 2 honden, hondenziekte vastgesteld
20 jun 2026 Dierenarts Ede[2] “Losse gevallen verspreid over het land”, geen aantal
25 jun 2026 KNMvD[3] “Meerdere honden” Utrecht/Nijmegen, geen aantal
4–10 jul 2026 Diverse praktijken (o.a. Hilversum)[4] Waarschuwingen, verwijzend naar KNMvD-bericht
10 jul 2026 RTV Utrecht[5] “Veel zorgen”, vaccinatiegraad ~55% genoemd, geen brondataset
Later in jul 2026 RTV Utrecht / NOS Regio Utrecht[7] “Besmettelijke hondenziekte lijkt zich niet uit te breiden”
12 aug 2026 MCD / AniCura Amsterdam[17] Social media posts en kennisbankpagina bijgewerkt: symptomen + vaccinatie-CTA, geen nieuwe cijfers

Wat mij het meest opvalt: er is, voor zover ik kan vinden, na 25 juni geen enkele nieuwe publieke telling van bevestigde gevallen bijgekomen. Geen update in juli, geen update begin augustus. RTV Utrecht en de regionale NOS-uitgave publiceerden zelfs een vervolgartikel met als strekking dat dierenartsen geen nieuwe meldingen zien en de ziekte zich niet lijkt uit te breiden.[7]

En toch loopt de klok gewoon door. Terwijl ik dit schrijf, bijna twee maanden na de twee gevallen in Driebergen, heeft MCD (AniCura Medisch Centrum voor Dieren, Amsterdam) op 12 augustus zijn kennisbankpagina over hondenziekte opnieuw bijgewerkt[17]: let op de symptomen, laat je hond vaccineren. Geen nieuw geval, geen nieuw cijfer, geen verwijzing naar wat er sindsdien wél of niet is vastgesteld. Gewoon dezelfde oproep, nu voor de zoveelste keer. Ook diverse DAP’s, specialistische klinieken en spoedposten blijven doorlopend naar diezelfde melding van eind juni verwijzen, steeds met vaccineren als eindpunt van het bericht. Dat is precies het patroon dat ik hierboven beschrijf, maar dan uitgerekt over maanden in plaats van weken: één ongekwantificeerde melding blijft maandenlang dienstdoen als actuele aanleiding, zonder dat er ooit een update met harde cijfers overheen komt.

Hoe kon “twee honden” een landelijke “uitbraak” worden, en soms zelfs “epidemie”?

Even precies zijn over de woorden zelf, want dat is precies waar dit artikel om draait. “Uitbraak” staat wél letterlijk in gepubliceerde titels: RTV Utrecht kopte “uitbraak rond Utrecht”[5], en Dierenartspraktijk Loosdrechtseweg publiceerde onder de titel “Recente uitbraak hondenziekte”.[4] “Epidemie” heb ik, ondanks gericht zoeken, in geen enkele Nederlandse nieuwspublicatie, KNMvD-bericht of praktijkbericht over deze zaak kunnen terugvinden. Dat woord lijkt vooral in de wandelgangen te circuleren: aan de balie, in appgroepen, op sociale media, waar het minder gemakkelijk te herleiden en te verifiëren is dan een gepubliceerde krantenkop. Ik gebruik “epidemie” in dit artikel dan ook alleen om aan te geven hoe ver het gesprek inmiddels van de brongegevens af staat, niet omdat ik een bron kan citeren die het zo genoemd heeft.

Het antwoord op hoe dat gebeurt, ligt niet in nieuwe besmettingen, maar in hoe informatie zich vermenigvuldigt zonder dat er onderweg iets aan toegevoegd wordt. Twee bevestigde honden in Driebergen → een KNMvD-waarschuwing over “meerdere honden” zonder aantal → tientallen praktijken die het bericht overnemen als eigen nieuws → regionale media die het “uitbraak” noemen → bezorgde eigenaren die massaal bellen → praktijken die daarop extra vaccinatiemomenten organiseren. Elke stap in die keten voelt op zichzelf redelijk, maar het resultaat is een schaalvergroting die niet gedekt wordt door nieuw bewijs.

“Het betekent niet dat we denken dat er in deze regio direct een probleem is,” aldus dierenarts Tamara van der Snoek over de extra vaccinatieronde in Hilversum.[6]

Een goed voorbeeld van hoe dat in de praktijk werkt, is de extra vaccinatieronde die een dierenartsenpraktijk in Hilversum op 11 juli organiseerde. Dierenarts Tamara van der Snoek was daar zelf opvallend transparant over: de actie was “vooral een voorzorgsmaatregel”. Toch was de belangstelling zo groot dat alle 32 beschikbare plekken vol zaten. Dat is precies de dynamiek die ik wil laten zien: een praktijk die zelf aangeeft geen aanwijzing voor een lokaal probleem te hebben, maar wél honderden bezorgde telefoontjes krijgt naar aanleiding van berichtgeving die elders in het land ontstond.

Zie ook

Dit patroon (een ongekwantificeerd signaal dat via herhaling een eigen, steeds urgentere werkelijkheid gaat leiden) bespreek ik breder, met voorbeelden van hitte tot vaccinatieprotocollen tot antiparasitica, in Angst als stuurmiddel. Interessant genoeg is MCD, dat hierboven wordt genoemd, onderdeel van AniCura, dat op zijn beurt weer onderdeel is van Mars Petcare, dezelfde eigenaarsstructuur die ik in dat artikel bespreek bij de vraag wie er belang heeft bij welk advies. Dat betekent niet dat de vaccinatie-CTA van MCD daaruit voortkomt; het is wel een reden om, zoals in dat artikel bepleit, altijd te vragen: wat is de kans, en wie profiteert van mijn angst?

Niet elke publicatie ging in dezelfde richting overigens. Een enkele bron benoemde de discrepantie zelf al: “Hoewel de waarschuwingen serieus zijn, lijkt er nog geen sprake van veel besmettingen”.[8] Die nuance is precies wat er in de meeste andere berichtgeving ontbreekt. Ook consumentgerichte sites als PetBase en Dierapotheker.nl herhalen vooral het advies om het vaccinatieboekje te controleren, zonder zelf nieuwe casuïstiek, aantallen of sterftecijfers te presenteren.[12, 13] Ook zij bouwen dus voort op diezelfde twee onderliggende berichten in plaats van op nieuw bewijs.

Ik wil hier één ding heel duidelijk stellen: ik kan op basis van deze bronnen niet aantonen, en beweer ook niet, dat de KNMvD, individuele praktijken of media dit bewust doen om angst te creëren of vaccins te verkopen. Daarvoor zou je bewijs voor intentie nodig hebben, en dat zie ik nergens. Wat wél objectief vast te stellen is: de omvang van de communicatie is inmiddels vele malen groter dan de hoeveelheid openbaar epidemiologisch bewijs die eronder ligt.

Wat missen we om dit wetenschappelijk te kunnen beoordelen?

Als dierenarts zou ik, om te kunnen beoordelen hoe groot dit probleem daadwerkelijk is, op zijn minst de volgende gegevens per casus willen zien:

  • Aantal positief geteste honden tegenover het aantal geteste honden
  • Datum en postcodegebied
  • Klinisch beeld en leeftijd
  • Of het dier recent geïmporteerd is
  • Vaccinatiehistorie en titerstatus
  • Testmateriaal (PCR of immunofluorescentie) en Ct-waarde
  • Een aantoonbare epidemiologische link tussen de gevallen in Driebergen en die in Utrecht/Nijmegen

Van al deze gegevens is, voor zover ik kan achterhalen, geen enkele openbaar gemaakt. Er is geen publieke epidemische curve, geen overzicht van positieve versus negatieve testen, geen incidentie per 100.000 honden, en geen sequencing of genotypering waarmee je zou kunnen aantonen dat het om één en dezelfde circulerende stam gaat, laat staan om één uitbraak in plaats van meerdere onafhankelijke introducties. Hondenziekte is bovendien, anders dan bijvoorbeeld hondsdolheid, geen dierziekte waarvoor in Nederland een centraal, publiek meldsysteem met verplichte casusregistratie bestaat. Dat verklaart mede waarom niemand op dit moment met harde cijfers komt, ook al zou men dat willen.

Zonder die gegevens kun je, wetenschappelijk gezien, niet vaststellen of Nederland te maken heeft met een uitbraak van enige betekenis, laat staan met een epidemie. Dat is geen wantrouwen richting de bronnen. Het is simpelweg een constatering dat de aanwezige data de gebruikte terminologie niet dekt.

Kanttekening bij de data

Ik kan de intentie achter de berichtgeving niet beoordelen. Daarvoor zou bewijs nodig zijn dat ik niet heb. Wat ik wél kan vaststellen: de claims “uitbraak” en “55% vaccinatiegraad” zijn beide herleidbaar tot een concrete bron, maar in die bron zelf niet met cijfers onderbouwd. De term “epidemie” is zelfs tot geen enkele gepubliceerde bron te herleiden: die circuleert kennelijk vooral mondeling. Waar dat zo is, heb ik dat expliciet benoemd in plaats van de claim over te nemen.

Is een vaccinatiegraad van 55% reden tot paniek?

In de berichtgeving van RTV Utrecht wordt een vaccinatiegraad van ongeveer 55% genoemd, zonder dat de onderliggende dataset of meetmethode wordt vermeld.[5] Los van de vraag hoe hard dat getal is: het grotere probleem is dat “percentage recent gevaccineerd” iets fundamenteel anders is dan “percentage beschermd”, en bij hondenziekte is dat onderscheid belangrijk.

Ik ben nagegaan waar dat soort percentages vandaan komen, en of er vergelijkbare cijfers bestaan voor onze buurlanden. Het beeld dat daaruit ontstaat, is zelf illustratief voor het probleem van dit hele artikel. Dierenarts.nl, een initiatief van de KNMvD, noemt eveneens een percentage van circa 60% “voldoende ingeënte” honden in Nederland (en 20-25% bij katten), maar ook hier zonder bronvermelding.[14] Het spoor van dat getal leidt terug naar een Nieuwsuur-uitzending van 15 juni 2019, waarin hoogleraar infectieziekten Herman Egberink (Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht) dezelfde orde van grootte noemde.[15] Met andere woorden: het is aannemelijk dat de vaccinatiegraad die nu, in 2026, als actuele onderbouwing voor de hondenziekte-berichtgeving wordt aangehaald, feitelijk teruggaat op een zeven jaar oude, eenmalige duiding, niet op een doorlopende meting.

Voor Duitsland en België kon ik geen vergelijkbaar, publiek gerapporteerd percentage vinden. De Duitse StIKoVet (Ständige Impfkommission Veterinärmedizin) en de Bundestierärztekammer noemen wel de drempel die nodig is voor populatie-immuniteit (70 tot 80% van de populatie moet gevaccineerd zijn) en constateren een groeiende “Impfmüdigkeit” (vaccinatiemoeheid) onder Duitse hondeneigenaren, maar zonder een actueel gemeten dekkingspercentage te noemen.[16] In België trof ik geen orgaan aan dat de vaccinatiegraad van honden structureel bijhoudt of publiceert; vaccinatie tegen hondenziekte is er, net als in Nederland, niet wettelijk verplicht. Dat drie landen dit gegeven kennelijk nergens structureel en actueel meten of openbaar maken, is zelf een relevante bevinding: het is niet alleen de “hoeveel besmettingen”-vraag die onbeantwoord blijft, maar ook de “hoe beschermd is de populatie eigenlijk”-vraag waarop de urgentie van de huidige berichtgeving grotendeels steunt.

Uit onderzoek naar de duur van immuniteit (de periode waarin een dier na vaccinatie beschermd blijft) na een correct uitgevoerde basisvaccinatie tegen CDV blijkt dat honden minimaal drie jaar aantoonbaar beschermd blijven tegen een virulente blootstelling, ook zonder herhaalde vaccinatie.[11]

Vaccineren of titeren: wat de WSAVA-richtlijn hierover zegt

Er is ook concrete titerdata beschikbaar, onder meer van VacciCheck, de in-praktijk dot-ELISA-test van Biogal die dierenartsen gebruiken om antistoftiters tegen CDV, CPV en CAV te bepalen. Een grote Italiaanse studie testte met deze methode 1.027 honden van uiteenlopende leeftijd (puppy’s tot geriatrische honden) en vond de volgende beschermingspercentages.[19]

Ziekteverwekker % honden met beschermende titer (VacciCheck, n=1.027) Aangetoonde minimale beschermingsduur na basisvaccinatie
Parvo (CPV-2) 90,8% 7 tot 9 jaar (challenge/serologie), bij één studie nog aantoonbaar na 11 jaar[20]
Hepatitis (CAV) 79,8% 7 tot 9 jaar (challenge/serologie)[20]
Hondenziekte (CDV) 68,6% 5 tot 15 jaar, afhankelijk van de vaccinstam (Rockborn/Snyder Hill langer dan Onderstepoort)[20]

Twee dingen vallen op. Ten eerste bevestigt dit precies waarom titerbepaling zinvol is in plaats van blind aannemen óf blind hervaccineren: zelfs bij correct gevaccineerde honden is een deel van de populatie, met name bij CDV, niet (meer) aantoonbaar beschermd, en dat verschilt van dier tot dier. Ten tweede is CDV in deze data het minst universeel gedekt van de drie kernvaccins: bij ruim 3 op de 10 honden in deze steekproef was geen beschermende CDV-titer aantoonbaar. Dat is precies de reden waarom ik, ondanks mijn kritiek op de huidige berichtgeving, titeren bij twijfel blijf aanraden in plaats van vaccinatie categorisch af te raden: het is een individuele vraag, geen landelijke.

Biogal, de fabrikant van VacciCheck, citeert daarnaast op zijn eigen kennisbankpagina immunoloog prof. dr. Ronald Schultz (University of Wisconsin-Madison, mede-auteur van de WSAVA-richtlijnen) met de stelling dat 98% van de puppy’s die op 14 tot 16 weken correct zijn gevaccineerd, levenslang beschermd blijft tegen parvo, hondenziekte en hepatitis.[21] Dat cijfer is afkomstig van een producent en niet zelfstandig door mij in een peer-reviewed publicatie teruggevonden, dus ik neem het over met dat voorbehoud: het is consistent met Schultz’ eigen gepubliceerde review, maar de 98% zelf staat niet met een aparte studie onderbouwd in wat ik kon raadplegen.

De WSAVA-richtlijn van 2024 gaat in op precies deze vraag:

“Dogs that have responded optimally to vaccination with MLV core vaccines maintain solid immunity for many years in the absence of repeated vaccinations.”[10]

Met andere woorden: een hond die als puppy correct is gevaccineerd, hoeft niet per definitie “onbeschermd” te zijn alleen omdat de laatste prik alweer een tijd geleden is.

Ook de KNMvD zelf schrijft dit genuanceerder dan de meeste secundaire berichtgeving: volwassen honden hoeven na de basisvaccinaties niet meer standaard jaarlijks gevaccineerd te worden, en titerbepaling (een bloedtest die de hoeveelheid beschermende antistoffen meet) kan voor kernvaccins zoals CDV, CPV en CAV een volwaardig alternatief zijn voor automatische hervaccinatie om de drie jaar.[9] De KNMvD tekent daar zelf wel bij aan dat een titer een momentopname is en geen garantie voor de exacte resterende beschermingsduur. Dat is een nuance die ik onderschrijf en die vaccinatie niet overbodig maakt, maar wel de “iedereen moet nú opnieuw geprikt worden”-reflex relativeert.

Diezelfde richtlijn is ook expliciet over de vaccinatiefrequentie zelf, en ik vind het de moeite waard om die redenering hier letterlijk te laten zien, omdat die haaks staat op het “hoe meer prikken, hoe beter”-instinct dat je nu her en der terugziet:

“Vaccines should not be given needlessly. Core vaccines should not be given any more frequently than necessary in adult animals.”[10]

En over wat écht bijdraagt aan bescherming op populatieniveau:

“Frequent revaccination of a small proportion of pets within a population will do little to improve herd immunity. Conversely, increasing the proportion of vaccinated pets within the population, even if each of those pets receives only a single, well-timed core vaccine, will achieve far more.”[10]

De WSAVA benoemt daarbij expliciet dat serologisch testen (“in-practice serological test kits”) voor dierenartsen en eigenaren een volwaardig alternatief is geworden voor automatische hervaccinatie elke drie jaar.[10] Dat betekent niet dat vaccinatie tegen hondenziekte onzin is: integendeel, CDV is een ernstige, vaak dodelijke ziekte bij onvoldoende beschermde dieren, en vaccinatie is aantoonbaar effectief. Maar het betekent wél dat “er zijn twee gevallen gemeld, dus iedereen moet nu een extra prik halen” geen advies is dat je direct terugvindt in de internationale vakliteratuur. Bij een volwassen hond met een aantoonbaar correcte basisimmunisatie is een titerbepaling, in overleg met je eigen dierenarts, een heel verdedigbare eerste stap vóórdat je opnieuw laat vaccineren.

Wat betekent dit voor jou als hondeneigenaar?

Praktisch advies

  1. Controleer het vaccinatieboekje of paspoort van je hond, niet uit paniek maar uit gewoon goed eigenaarschap: kijk wanneer de laatste kernvaccinatie is gegeven en of de basisreeks als puppy compleet is afgemaakt.
  2. Bij twijfel over de status van een volwassen hond: bespreek met je dierenarts of een titerbepaling zinvoller is dan blind opnieuw vaccineren, zeker als de basisimmunisatie destijds correct is verlopen.
  3. Pups en honden die nog niet volledig gevaccineerd zijn, vormen de belangrijkste risicogroep. Daar is alertheid wél op zijn plaats, los van de vraag hoe groot de “uitbraak” precies is.
  4. Let op klinische symptomen zoals koorts, neus- en oogafscheiding, hoesten, braken en diarree, zeker bij contact met honden uit het buitenland of onbekende vaccinatiestatus, en meld dit bij je dierenarts in plaats van zelf te gaan speculeren.
  5. Zie een individuele weerbaarheid als aanvulling, nooit als vervanging van een correcte vaccinatiestatus. De algehele conditie van het immuunsysteem, waaronder de darm-immuun-as, speelt mee in hoe een dier op infecties en op vaccinatie zelf reageert, maar dat is een aanvullend, ondersteunend gegeven en geen alternatief voor vaccinatie of diagnostiek bij ziekteverschijnselen.

Veelgestelde vragen

Is er nu wel of niet een hondenziekte-epidemie in Nederland?

Nee, op basis van de openbaar beschikbare gegevens (stand 13 augustus 2026) is dat niet vast te stellen. Er zijn twee concreet gemelde gevallen (Driebergen, 19 juni) en een ongespecificeerd aantal “meerdere honden” volgens de KNMvD (25 juni). Een epidemiologische curve, incidentiecijfers of sequencinggegevens die op één circulerende uitbraak wijzen, zijn niet gepubliceerd.

Moet ik mijn hond nu extra laten vaccineren tegen hondenziekte?

Dat hangt af van de vaccinatiestatus van je hond, niet van het nieuws van die week. Is de basisvaccinatie als puppy correct verlopen, dan biedt dat volgens de literatuur meerdere jaren bescherming. Overleg bij twijfel met je dierenarts, en bespreek eventueel een titerbepaling als alternatief voor automatisch hervaccineren.

Wat is het verschil tussen vaccineren en titeren?

Vaccineren dient om antistoffen op te wekken; titeren meet de hoeveelheid al aanwezige antistoffen in het bloed. Bij kernvaccins zoals tegen hondenziekte, parvovirus en hepatitis kan titeren volgens KNMvD en WSAVA een geschikt alternatief zijn voor blinde hervaccinatie bij volwassen dieren.

Waarom zijn er geen officiële cijfers over het aantal besmette honden?

Hondenziekte kent in Nederland geen centraal, publiek meldsysteem met verplichte casusregistratie zoals bij een aantal andere dierziekten. Daardoor bestaat er, voor zover te achterhalen, geen doorlopend bijgewerkt overzicht van positieve gevallen dat buiten individuele dierenartsenpraktijken en de KNMvD-berichtgeving om beschikbaar is.

Is de bezorgdheid bij dierenartsenpraktijken dan onterecht?

Nee. Hondenziekte is een serieuze, potentieel dodelijke aandoening en alertheid bij onvoldoende beschermde dieren is terecht. Het punt is niet dát er gewaarschuwd wordt, maar dat de schaal die de berichtgeving suggereert, met koppen als “uitbraak” en in de wandelgangen zelfs “epidemie”, momenteel niet wordt gedekt door gepubliceerde cijfers.

Conclusie

De feiten die ik kan herleiden, wijzen op twee bevestigde hondenziekte-gevallen in Driebergen en een ongekwantificeerd aantal “meerdere honden” rond Utrecht en Nijmegen, niet op een landelijke epidemie. De term “uitbraak” heeft zich vooral verspreid via herhaling van hetzelfde KNMvD-bericht, niet via nieuwe bevestigde patiënten, en latere berichtgeving wijst er zelfs op dat het aantal meldingen niet verder toeneemt.

Vaccinatie tegen hondenziekte blijft belangrijk, zeker voor pups en onvoldoende beschermde honden, maar de wetenschappelijke literatuur (WSAVA, KNMvD, duur-van-immuniteitsstudies) ondersteunt geen automatische hervaccinatie van iedere hond zodra ergens een paar gevallen worden gemeld. Titerbepaling is voor volwassen, correct gevaccineerde honden een redelijk en goed onderbouwd alternatief.

Zie ook

Voor de rol van de darm-immuun-as bij de algehele weerbaarheid van hond en kat: Darm-assen bij hond en kat en het NGD Care Immuunbundel op de NGD Care Kennisbank: als aanvulling naast, nooit als vervanging van, een correcte vaccinatiestatus en dierenartsadvies.

Dit artikel is educatief van aard en gebaseerd op openbaar beschikbare berichtgeving en veterinaire vakliteratuur op het moment van schrijven (13 augustus 2026). Het vervangt geen individueel consult bij je (integratief) dierenarts en bevat geen diagnose of behandeladvies voor een specifieke hond. Neem bij twijfel over de gezondheid of vaccinatiestatus van je hond altijd contact op met je eigen dierenarts.

Bronnen

  1. De Nieuwsbode / Nieuwsblad De Kaap. “Hondenziekte vastgesteld bij tweetal honden in Driebergen.” 19 juni 2026. denieuwsbode.nl
  2. Dierenarts Ede. “Hondenziekte gemeld in Driebergen en omgeving.” 20 juni 2026. ede.nieuws.nl
  3. KNMvD. “Hondenziekte (canine distemper) vastgesteld in omgeving Utrecht en Nijmegen.” 25 juni 2026. knmvd.nl
  4. Dierenartspraktijk Loosdrechtseweg. “Recente uitbraak hondenziekte.” 4 juli 2026. daploosdrechtseweg.nl
  5. RTV Utrecht. “Veel zorgen om besmettelijke hondenziekte: uitbraak rond Utrecht.” 10 juli 2026. rtvutrecht.nl
  6. NH Gooi. “Hilversumse dierenartsenpraktijk organiseert extra vaccinatieronde.” 10 juli 2026. nhgooi.nl
  7. RTV Utrecht / NOS Regio Utrecht. “Besmettelijke hondenziekte lijkt zich niet uit te breiden.” Juli 2026. nos.nl / rtvutrecht.nl
  8. Infovandaag.nl. “Hondenbaasjes opgelet: hondenziekte rukt op in meerdere provincies.” Juli 2026.
  9. KNMvD. “Hond en kat vaccineren of eerst serologisch testen?” (Standpunt/Consensus vaccineren en serologisch testen/titeren). knmvd.nl
  10. Squires RA, et al. (WSAVA Vaccination Guidelines Group). 2024 guidelines for the vaccination of dogs and cats. J Small Anim Pract. 2024. doi:10.1111/jsap.13718.
  11. Gill M, Srinivas J, Morozov I, Smith J, Anderson C, Glover S, Champ D, Chu H-J. Three-Year Duration of Immunity for Canine Distemper, Adenovirus, and Parvovirus After Vaccination with a Multivalent Canine Vaccine. Int J Appl Res Vet Med. 2004;2(4).
  12. PetBase.eu. “Hondenziekte vastgesteld in Nederland: controleer de vaccinatie van je hond.”
  13. Dierapotheker.nl. “Hondenziekte bij honden: symptomen, besmetting en vaccinatie.”
  14. Dierenarts.nl (KNMvD). “Laag percentage ingeënte gezelschapsdieren reden tot zorg.” dierenarts.nl
  15. NOS/Nieuwsuur. “‘Inenting-angst’: de vaccinatiegraad daalt onder huisdieren.” 15 juni 2019 (met prof. dr. Herman Egberink, Universiteit Utrecht).
  16. Bundestierärztekammer. “‘Impfen? Ist doch out!’ Tierärzte nehmen die Impfkritik ernst.” (StIKoVet-richtlijn: 70-80% populatie-immuniteit.) bundestieraerztekammer.de
  17. Medisch Centrum voor Dieren (AniCura). Kennisbankpagina “Hondenziekte”, bijgewerkt 12 augustus 2026. mcvoordieren.nl
  18. Dall’Ara P, Lauzi S, Zambarbieri J, Servida F, Barbieri L, Rosenthal R, Turin L, Scarparo E, Filipe J. Prevalence of Serum Antibody Titers against Core Vaccine Antigens in Italian Dogs. Life. 2023;13(2):587. (Titerbepaling met VacciCheck, Biogal; n=1.027.)
  19. Schultz RD. Duration of immunity for canine and feline vaccines: a review. Vet Microbiol. 2006;117(1):75-79.
  20. Biogal Galed Labs. “VacciCheck Clinical FAQs” (met verwijzing naar advies van prof. dr. Ronald D. Schultz). biogal.com


Deze pagina delen op