Interne geneeskunde is het breedste vakgebied in de diergeneeskunde: nieren, lever, schildklier, bijnieren, alvleesklier, immuunsysteem, hart en metabolisme vallen er allemaal onder. Wat deze organen gemeenschappelijk hebben bij chronische ziekte: ze beïnvloeden elkaar voortdurend, en een aandoening in één orgaan verstoort de functie van meerdere andere.
De reguliere interne geneeskunde behandelt per orgaan. Dat is diagnostisch nuttig — maar het mist de systemische samenhang die chronische aandoeningen kenmerkt. Dat is waar ik aanvul.
Schildklier, bijnieren, alvleesklier en geslachtshormonen functioneren niet als losstaande klieren — ze vormen een netwerk van assen die elkaar continu moduleren. Een hond met hypothyroïdie heeft vrijwel altijd ook een verlaagde mitochondriale functie, een verhoogde ontstekingslast en een verstoorde lipidenstofwisseling. Een kat met hyperthyroïdie heeft een cardiovasculaire en renale component die bijna altijd mee behandeld moet worden.
Vanuit de TCM valt endocriene disbalans vaak onder Nier-Yang-tekort (hypothyroïdie, Cushing in de vroege fase) of Nier-Yin-tekort (hyperthyroïdie, diabetes met uitdroging). Die patronen bepalen mede de therapeutische richting.
Chronische nierinsufficiëntie (CKD) is de meest voorkomende progressieve orgaanaandoening bij oudere katten en frequent bij honden. De reguliere aanpak richt zich op dieet, fosfaatbinding en vochthuishouding. De integratieve laag voegt toe: SDMA als vroege marker, oxidatieve stressreductie via antioxidantondersteuning, microbioomherstel om de ureumbelasting via de darm te verminderen (enterale dialyse via bacterieel ureumgebruik), en bloeddrukregulatie via omega-vetzuren en magnesium.
Vroeg ingrijpen — in de subklinische fase — vertraagt progressie aantoonbaar. Dat is het therapeutische venster dat ik actief gebruik.
De lever is het centrale knooppunt van metabolisme, hormoonafbraak, ontgifting en eiwitproductie. Chronische leverbeschadiging — hepatitis, levervet, cholangiohepatitis bij katten — gaat altijd gepaard met een verhoogde oxidatieve stressbelasting en verstoorde detoxificatie.
Mijn aanpak: SAMe en silymarine (mariadistel) als hepatoprotectieve middelen met goede veterinair bewijs. curcumine voor NF-kB-remming. Ondersteuning van fase-I en fase-II detoxificatie via voeding en gerichte suppletie. Vanuit de TCM is de lever het orgaan van vrije doorstroming en stressverwerking — leverpatiënten hebben bijna altijd ook een gedragscomponent (prikkelbaarheid, onrust) die via acupunctuur aangesproken kan worden.
Auto-immuunaandoeningen, immuungemedieerde poly-artritis, immuungemedieerde hemolytische anemie — dit zijn aandoeningen waarbij het immuunsysteem zichzelf aanvalt. De reguliere behandeling is immunosuppressief. De integratieve laag vraagt: wat heeft de immuundisregulatie geïnitieerd en in stand gehouden?
In de meeste gevallen is het antwoord een combinatie van dysbiose, laaggradige darmontsteking en een trigger — infectie, vaccinatie, toxinebelasting, chronische stress. Microbioomherstel, darmbarrièreondersteuning en ontstekingsdemping via de intestinale route zijn de systemische interventies die de immunosuppressieve medicatie aanvullen en in veel gevallen de afbouw ervan mogelijk maken.
Hartziekten — dilaterende cardiomyopathie (DCM), mitralisinsufficiëntie, hartfalen — hebben een sterke metabole en nutritionele component. De verbinding tussen taurinetekort en DCM bij bepaalde hondenrassen is inmiddels goed gedocumenteerd. L-carnitine speelt een rol bij de myocardiale energiehuishouding. Co-enzym Q10 ondersteunt mitochondriale functie in het hartspierweefsel.
Ik werk bij cardiale patiënten altijd in afstemming met de behandelend cardioloog. Mijn rol is de metabole en nutritionele laag — niet de cardiologische behandeling.
Obesitas, insulineresistentie en metabool syndroom zijn bij gezelschapsdieren sterk onderschat als chronische systeemaandoening. Overgewicht verhoogt de systemische ontstekingslast, versnelt gewrichtsschade, verslechtert de cardiovasculaire prognose en vergroot het risico op diabetes mellitus.
Mijn aanpak gaat verder dan caloriebeperking. Insulineresistentie heeft een microbioomcomponent, een vetzuurcomponent en een chronische ontstekingscomponent — elk van deze vraagt een gerichte interventie naast de dieetaanpassing.