Kritische reflectie

Supplementen voor hond en kat: waarom “vraag het je dierenarts” maar het halve antwoord is

Een landelijk dagblad waarschuwde deze maand voor de wildgroei aan supplementen voor honden en katten. De kritiek op de markt klopt en is hard nodig. Maar de oplossing die het artikel biedt, overleg met je dierenarts, veronderstelt kennis die in het curriculum niet wordt onderwezen. Ik heb het artikel, de aangehaalde studies en de onderliggende literatuur naast elkaar gelegd.

Stefan Veenstra, integratief dierenarts (DVM) · 30 augustus 2026 · ~16 minuten leestijd

Samenvatting

De kritiek op ongereguleerde diersupplementen en op claims die het Nationaal Beoordelingskader overtreden is terecht. Tegelijk hanteert het artikel de wetenschappelijke lat selectief: de studie die als bewijs wordt aangehaald, mist een controlegroep en is daarmee niet te onderscheiden van het caregiver placebo effect van 40 tot 57 procent. De vier stoffen die als voorbeeld van goed gebruik worden genoemd, omega-3, probiotica, vitamine B12 en CBD, vragen elk om keuzes in vorm, ratio, dosis, stam, oxidatiestatus en medicatie-interacties die het veterinaire curriculum niet aanreikt. Ondertussen is het aantal PubMed-publicaties over nutraceuticals bij de hond sinds 2000 ruim vertienvoudigd, tot 100 in 2025, en geeft in de Verenigde Staten inmiddels ruim de helft van de hondeneigenaren een supplement. Afraden verplaatst het gesprek naar de webshop. Kennis haalt het terug naar de spreekkamer.

Vervolg op dit artikel

Dit artikel was de aanleiding voor een drieluik over medicatie en supplementen. Deel een gaat over de medicijnen zelf en de vraag wanneer een supplement een serieus alternatief is: Humane medicatie bij hond en kat: cascade en zelfmedicatie. Deel twee behandelt wat er gebeurt als supplement en medicijn tegelijk worden gegeven: Medicatie en supplementen bij hond en kat, per medicatiegroep. Deel drie gaat over de oncologische patient, waar dezelfde mechanismen gelden maar de marge kleiner is: Supplementen tijdens chemotherapie bij hond en kat.

Wat het artikel goed ziet

De diagnose van de markt klopt. Producentenonderzoek zonder onafhankelijke replicatie. Uitkomstmaten die bestaan uit een vragenlijst voor de eigenaar in plaats van een meting aan het dier. Webshops die symptomen benoemen, zoals slechte adem, tandsteen en wisselende ontlasting, en woorden als preventie en verbetert gebruiken, terwijl het Nationaal Beoordelingskader Claims op Diervoeding dat expliciet verbiedt.[22] En tijdsbeloftes als fris binnen zeven dagen waar geen enkele dataset achter zit.[1]

Dat is geen overdreven journalistiek. Dat is de dagelijkse realiteit van een categorie die vrij verkrijgbaar is, nauwelijks gehandhaafd wordt en verkoopt aan mensen die bezorgd zijn over een gezinslid. Wie in deze markt werkt en dat ontkent, is onderdeel van het probleem.

De studie die het artikel aanhaalt bewijst het tegendeel van wat het wil zeggen

Het artikel noemt onderzoek naar kalmerende supplementen bij vuurwerkangst, waaronder alfa-casozepine, bij ruim 3.000 honden en 600 katten. Ongeveer dertig procent van de eigenaren rapporteerde een langdurig positief effect. De conclusie in het artikel luidt nuchter dat een derde ook maar een derde is.[1]

Dat is de verkeerde conclusie. Het probleem is niet dat dertig procent laag is. Het probleem is dat dertig procent eigenaarsrapportage zonder controlegroep statistisch niet te onderscheiden is van niets.

Conzemius en Evans lieten in 2012 zien dat bij honden met artrose het caregiver placebo effect tussen de veertig en zevenenvijftig procent ligt. Eigenaren zagen verbetering die op objectieve krachtplaatmeting niet bestond.[2]

Bij gedrag, waar de uitkomstmaat per definitie de waarneming van de eigenaar is, ligt dat effect eerder hoger dan lager. Een studie met dertig procent responders en zonder placebo-arm zegt dus niets over alfa-casozepine. Het artikel bekritiseert eigenaarsrapportage als methode en citeert vervolgens een studie met eigenaarsrapportage als bewijs. Die spanning is kenmerkend voor het hele debat: de kritiek op de markt is terecht, maar de wetenschappelijke lat wordt selectief gehanteerd.

Vier stoffen waar het eenvoudige advies faalt

Het artikel behandelt supplementen als een categorie waar iets algemeens over te zeggen valt. Dat kan niet. Bewijskracht verschilt per stof, per indicatie en per dosis. Maar het gaat verder dan gradering. De vier stoffen die als voorbeeld van goed gebruik worden genoemd, zijn precies de vier waar zonder specialistische kennis het verkeerde product, in de verkeerde dosis, voor de verkeerde indicatie wordt meegegeven.

Stof Bewijskracht bij hond en kat Wat het standaardadvies mist
Omega-3 (EPA/DHA) Goed, dosisafhankelijk Vorm, EPA/DHA-ratio per indicatie, oxidatiestatus
Probiotica Matig, stamspecifiek Stamkeuze, CFU, en de juiste indicatie
Vitamine B12 Sterk, meetbaar De overige deficienties die niet op het labformulier staan
CBD Groeiend, kwaliteitsafhankelijk Batchanalyse, leverenzymen, CYP-interacties

Omega-3: welke olie, welke ratio, welke oxidatiegraad

Roush et al. toonden bij artrose objectief effect op krachtplaatmetingen, bij therapeutische doseringen EPA en DHA.[3] De meeste retailproducten zitten daar een factor drie tot tien onder. Maar dosis is pas de eerste variabele. Visolie is geen product maar een categorie: triglyceridevorm tegenover ethylester, vis tegenover krill tegenover algen, en vooral de EPA/DHA-verhouding.

Bij artrose is EPA de sturende component via resolvines en remming van de arachidonzuurcascade. Bij atopische dermatitis speelt DHA in de huidbarriere een grotere rol, vaak in combinatie met GLA. Bij cognitieve achteruitgang is DHA leidend. Een recente review over optimale dosering bij gezelschapsdieren benadrukt precies dat: de dosis en de indicatie bepalen het effect, niet het etiket.[5] Een flesje visolie voor alles negeert dit.

En dan de variabele die vrijwel niemand meet. Meervoudig onverzadigde vetzuren oxideren zodra er zuurstof bij komt. Een geopende fles zonder stikstofafsluiting, zonder tocoferolbescherming en zonder gerapporteerde peroxide- en TOTOX-waarde levert na enkele weken geen anti-inflammatoire vetzuren meer, maar lipideperoxiden. Dat is niet neutraal. Dat is pro-inflammatoir.

Probiotica: twee toegelaten stammen en de verkeerde indicatie

In de EU is voor hond en kat slechts een handvol probiotische stammen als diervoederadditief toegelaten, in de praktijk hoofdzakelijk Enterococcus faecium en Lactobacillus acidophilus. Bijna elk dierenprobioticum in de spreekkamer draait op dezelfde twee stammen. Voor acute diarree bestaat daar gecontroleerd bewijs voor,[6] en de ENOVAT-richtlijn voor acute diarree bij de hond baseert zich inmiddels op een eigen systematische review van pre-, pro- en synbiotica.[7]

De reden waarom de dierenarts het meestal meegeeft is echter een andere: herstel na een antibioticumkuur. Daar is het bewijs voor een monostam-probioticum zwak. Pilla et al. lieten zien dat de dysbiose na metronidazol bij gezonde honden vier weken aanhoudt.[8] Een enkele Enterococcus-stam herstelt geen microbioom van honderden soorten.

Mechanistisch beter onderbouwd is het voeden van het eigen microbioom: prebiotische vezels, butyraatprecursors en glutamine als brandstof voor de enterocyt. Het veterinaire RCT-bewijs daarvoor is nog beperkt, en dat hoort eerlijk gezegd te worden. Maar het aangrijpingspunt klopt, en dat is meer dan gezegd kan worden van het standaardpotje.

Vitamine B12: gemeten omdat het toevallig op het labformulier staat

Hypocobalaminemie bij chronische enteropathie is een gedocumenteerde deficientie met eigen prognostische waarde.[9] Suppletie op geleide van een labwaarde is correct beleid. Dit is geen supplement, dit is correctie van een meetbare tekortkoming.

De vraag is waarom uitsluitend B12. Het antwoord is ontnuchterend: cobalamine en folaat staan standaard op het chronische-diarreeprofiel van het laboratorium, andere micronutrienten niet. Het advies volgt dus het formulier, niet de pathofysiologie.

Bij chronische enteropathie is folaat (B11) net zo goed gedocumenteerd als cobalamine, maar wordt het zelden gesuppleerd. Vitamine D is bij inflammatoire darmziekte en hypoalbuminemie aantoonbaar verlaagd.[10] Thiamine (B1) is bij de kat met darmziekte en anorexie een bekende deficientie en bij de hond mechanistisch te verwachten bij langdurige malabsorptie. Voor B6 en de overige wateroplosbare vitaminen geldt hetzelfde mechanisme, met minder veterinaire meetdata. Daarnaast zink, magnesium en bij eiwitverliezende enteropathie de vetoplosbare vitaminen en ijzer. Een chronisch ontstoken darm absorbeert selectief slecht en verliest continu.

CBD: het artikel argumenteert met angst voor THC

Het onderzoek is inmiddels omvangrijker dan het artikel suggereert. Gamble et al. en Verrico et al. vonden pijnvermindering bij artrose,[11][12] McGrath et al. vonden bij idiopathische epilepsie als add-on een reductie in aanvalsfrequentie,[13] en een meta-analyse bundelde vijf gecontroleerde artrosestudies bij 117 honden.[14]

Het artikel waarschuwt voor CBD als menselijk product en doelt daarmee op THC. Dat is een argument tegen ongecontroleerde retailproducten, niet tegen CBD als stof. Een gecertificeerde olie met batchanalyse en THC onder de detectiegrens neemt dat risico weg.

Eerlijk bewijs vereist ook de andere kant. In veiligheidsstudies werd een dosisafhankelijke stijging van ALP gezien,[15] CYP450-remming is relevant naast fenobarbital of NSAID, en bij de kat is de clearance trager. Alleen maar positieve werkingen bestaat bij geen enkele farmacologisch actieve stof. Wie dat beweert, hanteert dezelfde lat als de webshop.

Volledig is niet hetzelfde als optimaal

De stelling in het artikel dat alle voeding uit supermarkt en dierenwinkel volledig is, en dat een gezond jong dier daarom geen supplementen nodig heeft, verdient een eerlijke gradering. Voor het gezonde jonge dier klopt het grotendeels: er is weinig bewijs dat suppletie bovenop een compleet dieet iets toevoegt. Wie dat toch verkoopt, verkoopt geruststelling.

Maar volledig betekent dat het product voldoet aan de FEDIAF-minima voor een gezond dier in een gedefinieerde levensfase, doorgaans getoetst in een voedingsproef van zes maanden. Het zegt niets over de behoefte van een dier met chronische enteropathie, nierinsufficientie, hyperthyreoidie of een chronisch inflammatoir proces.

Het zegt ook minder dan het lijkt over het gezonde dier. Extrusie is een hittestap onder druk. Verlies van thermolabiele vitaminen is gedocumenteerd en fabrikanten compenseren dat met een overmaat in de premix. Wat niet gecompenseerd wordt: de Maillard-producten die bij verhitting van eiwit en suiker ontstaan en de biobeschikbaarheid van lysine en andere aminozuren verlagen, en de vraag of een synthetische overmaat dezelfde functionele status oplevert als het nutrient in zijn voedingsmatrix. Dat laatste is niet aangetoond, maar het omgekeerde ook niet. Volledig is een minimumnorm die op korte termijn deficientie voorkomt. Optimaal is een andere vraag, en die wordt in de voedingsproef niet gesteld.

Wat er wel onderbouwd is, en waarom de literatuur harder groeit dan de spreekkamer

Het artikel wekt de indruk dat het bewijs voor diersupplementen ophoudt bij een paar bekende stoffen. De literatuur zegt iets anders. Een PubMed-zoekopdracht op nutraceuticals bij de hond levert bijna duizend publicaties op, en het jaarlijkse aantal is sinds 2000 ruim vertienvoudigd.[18]

25 50 75 10020008200520103420152020552025100202664

PubMed, zoekopdracht nutraceutical AND (dog OR canine), geraadpleegd 30 augustus 2026. De zoekterm is breed en bevat ook reviews en dieetstudies. 2026 is een onvolledig jaar.

Alleen al voor artrose bij hond en kat screende de meta-analyse van Barbeau-Gregoire 1.578 publicaties en includeerde 57 artikelen met 72 klinische trials.[4] Voor CBD ging het veld van nul gecontroleerde hondenstudies voor 2018 naar een meta-analyse in 2023.[14] Dit is geen randgebied meer. Het is een vakgebied waarvan het curriculum de groei niet heeft bijgehouden.

Gegradeerd overzicht

Goed veterinair bewijs: gecontroleerde studies bij hond of kat

Matig bewijs: kleine of gemengde veterinaire studies, sterk mechanistisch en humaan bewijs

Mechanistisch onderbouwd, klinisch veterinair bewijs nog beperkt

De gradering is bewust streng. Een stof in de derde categorie is geen slechte keuze, maar een keuze die om uitleg vraagt, en precies dat gesprek is waar de dierenarts voor nodig is.

Waarom de reflex afraden is

Het artikel geeft, zonder het zo te noemen, een tweede patroon weer: de dierenarts die supplementen structureel afraadt, of ze alleen meegeeft als bijzaak bij medicatie. Dat is geen toeval en geen kwade wil. Het volgt uit de structuur van het vak.

Medicatie is voorschrijfplichtig. De dierenarts bepaalt indicatie, dosis en duur, en heeft daarmee controle en verantwoordelijkheid. Supplementen zijn vrij verkrijgbaar. De eigenaar koopt ze zonder overleg, doseert zelf en combineert ze met wat er al gegeven wordt. Voor een behandelaar die verantwoordelijk is voor de uitkomst is dat ongemakkelijk, en het begrijpelijke antwoord op ongemak zonder kennis is afraden.

Daar komt een commerciele realiteit bij die benoemd mag worden zonder er iets achter te zoeken. De omzet van een praktijk leunt op consult, diagnostiek, medicatie en dieetvoeding. En waar praktijken wel supplementen voeren, is de voorkeur begrijpelijk voor een lijn die exclusief via de dierenarts loopt, zodat advies en verkoop bij elkaar blijven. Dat is een legitiem model. Het wordt alleen een probleem als de exclusiviteit het advies bepaalt in plaats van andersom.

Het netto-effect is dat de eigenaar, die de supplementen toch al geeft, het gesprek daarover niet meer met de dierenarts voert. De informatie komt dan van de webshop. Precies de uitkomst die het artikel wil voorkomen.

De blinde vlek: wie heeft de dierenarts opgeleid?

Beide experts in het artikel eindigen bij dezelfde aanbeveling. Overleg met je dierenarts. Niemand stelt de vraag of die dierenarts daarvoor is opgeleid.

Klinische voedingsleer beslaat in het curriculum een fractie van de studietijd. Een aanzienlijk deel van het onderwijs en vrijwel alle nascholing op dit gebied wordt aangeboden of gefinancierd door de fabrikanten van complete voeding. Dat is geen complot en het levert vaak degelijk onderwijs op. Maar het is onderwijs met een vertrekpunt: het complete dieet als antwoord. Orthomoleculaire farmacologie, nutrient-geneesmiddelinteracties, dosis-responsrelaties van micronutrienten bij ziekte en de darm-immuunas als therapeutisch aangrijpingspunt zitten daar niet in.

Wat het curriculum levert Wat de tweedelijnspatient vraagt
Complete voeding als norm, dieetvoeding als interventie Dosering per kg metabool gewicht, per indicatie
Een of twee probiotische stammen, ook na antibiotica Microbioomherstel via prebiotica en substraat
B12 omdat het op het labformulier staat Volledig micronutrientenprofiel bij chronische enteropathie
Visolie zonder ratio, vorm, dosis of oxidatiewaarde Oxidatiestatus en vorm van de olie als inkoopcriterium
CBD afgeraden op grond van THC-angst CBD op batchanalyse, met leverwaarden en interacties in beeld

Het gevolg is voorspelbaar. De eigenaar heeft inmiddels vaak meer gelezen over EPA-ratio en probiotische stammen dan de dierenarts in zes jaar opleiding heeft gehoord. Die eigenaar komt binnen met vragen die verder gaan dan het curriculum, de dierenarts kan die niet volledig beantwoorden en wijst naar de webshop, of raadt alles af. Beide antwoorden brengen de eigenaar terug bij de marketing die het artikel zo terecht bekritiseert.

Kanttekening bij de cijfers

Voor Nederland bestaan geen gepubliceerde prevalentiecijfers over supplementgebruik bij honden en katten. Het petpopulatieonderzoek van NVG en Dibevo vraagt er niet naar.[23] Cijfers die in de sector circuleren, zoals de vaak genoemde zestig procent, zijn niet te herleiden tot een Nederlandse bron; het percentage van rond de zestig is wel gemeten bij Noord-Amerikaanse sporthonden.[20] Ik neem dat getal daarom niet over als Nederlands cijfer. Wat wel verifieerbaar is: in de Verenigde Staten geeft ruim de helft van de hondeneigenaren en circa een derde van de katteneigenaren een supplement, een verdubbeling sinds 2018.[19]

De eigenaar voelt zich niet gehoord, en dat is het echte probleem

Het artikel schreeuwt dat er te veel onnodige supplementen worden gegeven zonder overleg met de dierenarts. Dat is de verkeerde schreeuw. De juiste is dat de eigenaar dat overleg allang heeft geprobeerd en er met lege handen vandaan kwam. Wie in de spreekkamer vraagt naar EPA-ratio, oxidatie of stamkeuze en als antwoord krijgt dat supplementen niet nodig zijn, hoort niet een medisch oordeel. Die hoort dat de vraag niet begrepen is. En gaat vervolgens naar de webshop, waar de vraag wel beantwoord wordt, maar door iemand die eraan verdient.

Dat zie ik wekelijks in de tweedelijnspraktijk. Eigenaren die meer hebben gelezen dan hun dierenarts in de opleiding heeft gehoord, en die zich daarvoor moeten verontschuldigen in plaats van serieus genomen te worden. Wie geen kennis heeft, moet kennis opdoen. Niet supplementen afkeuren. Afkeuren zonder onderbouwing is precies wat de eigenaar niet meer accepteert, en terecht: de wetenschappelijke lat die het artikel aan de webshop stelt, geldt ook voor het advies in de spreekkamer.

Wat betekent dit voor jou als dierenarts?

Praktisch advies

  1. Vraag standaard uit wat de eigenaar al geeft. Niet om het af te keuren, maar omdat het antwoord bijna altijd ja is en je anders behandelt zonder te weten wat er meeloopt.
  2. Beoordeel per stof, niet per categorie. Welke vorm, welke ratio of stam, welke dosis per kg, hoe lang, en met welke lopende medicatie het kan botsen.
  3. Meet breder bij de chronische patient. Bij chronische enteropathie is B12 het topje: folaat, vitamine D, zink en magnesium horen in beeld.
  4. Beoordeel omega-3 op kwaliteit, niet op aanwezigheid. Vorm, EPA/DHA-verhouding, dosering en oxidatiebescherming bepalen of er uberhaupt effect te verwachten is.
  5. Zeg wat je niet weet. Een eerlijk “dat heb ik niet geleerd, ik zoek het uit” houdt de eigenaar in de spreekkamer. Een reflexmatig afraden stuurt hem naar de webshop.

Zie ook

De onderbouwing per stof, met dosering, interacties en literatuur, staat in de NGD Care Kennisbank. Voor dierenartsen die dit gesprek zelf willen voeren is er nascholing via NGD Care Academy: orthomoleculair en systeembiologisch, onafhankelijk van voedings- en farmaceutische industrie, en geformuleerd binnen het NVWA-claimkader.

Veelgestelde vragen

Zijn supplementen voor honden en katten wetenschappelijk onderbouwd?

Per stof en indicatie verschillend. Omega-3 bij artrose en vitamine B12 bij hypocobalaminemie zijn goed onderbouwd, mits correct gedoseerd. Probiotica hebben stamspecifiek bewijs bij acute diarree. CBD heeft groeiend gecontroleerd bewijs bij artrosepijn en als add-on bij epilepsie. Voor veel andere producten ontbreekt onafhankelijk onderzoek.

Waarom geeft de dierenarts na antibiotica een probioticum mee?

Uit gewoonte en beschikbaarheid. Het bewijs dat een monostam-probioticum het microbioom na antibiotica herstelt is zwak; de dysbiose na metronidazol houdt bij gezonde honden vier weken aan. Prebiotische vezels en substraat voor de enterocyt hebben een beter onderbouwd aangrijpingspunt.

Welke deficienties zijn te verwachten bij chronische enteropathie?

Cobalamine (B12) en folaat (B11) zijn het best gedocumenteerd. Daarnaast vitamine D, thiamine bij anorexie, zink, magnesium en bij eiwitverliezende enteropathie de vetoplosbare vitaminen en ijzer. Alleen B12 corrigeren volgt het labformulier, niet de pathofysiologie.

Is CBD veilig voor honden en katten?

Bij een gecertificeerd product met batchanalyse en THC onder de detectiegrens is het THC-risico weggenomen. Aandachtspunten blijven een dosisafhankelijke stijging van leverenzymen, CYP450-remming naast fenobarbital of NSAID, en een tragere clearance bij de kat. Het is een farmacologisch actieve stof, geen neutraal supplement.

Hoeveel wetenschappelijk onderzoek bestaat er naar supplementen bij honden?

PubMed telt bijna duizend publicaties over nutraceuticals bij de hond. Het jaarlijkse aantal steeg van 8 in 2000 naar 100 in 2025. Alleen voor artrose bij hond en kat zijn 72 klinische trials in een meta-analyse opgenomen.

Conclusie

Het artikel heeft gelijk over de markt en ongelijk over de oplossing. Vraag het je dierenarts is alleen een antwoord als de dierenarts kan antwoorden op het niveau dat de eigenaar inmiddels van internet meebrengt: welke olie, welke ratio, welke stam, welke dosis, welke deficienties naast de gemeten, welke interacties, en wanneer juist niet.

De eigenaar geeft die supplementen al, ongeacht wat de dierenarts ervan vindt. Afraden verandert dat niet; het verplaatst alleen het gesprek van de spreekkamer naar de webshop. De enige manier om dat gesprek terug te halen is de dierenarts in staat stellen het te voeren. Niet afgeven op de eigenaar, maar meebewegen met een beter antwoord dan de eigenaar online vindt. Dat vraagt om onderwijs, en dat onderwijs bestaat.

Dit artikel is educatief van aard, gebaseerd op de aangehaalde vakliteratuur, en vervangt geen consult bij een dierenarts. Er worden geen therapeutische claims gedaan voor de genoemde voedingssupplementen; bewoordingen zijn in lijn met het Nationaal Beoordelingskader Claims op Diervoeding. Supplementen zijn een aanvulling op, nooit een vervanging van reguliere diergeneeskundige zorg.

Bronnen

  1. Van Geldorp T. Experts waarschuwen voor populaire supplementen voor honden en katten: het is geen vervanging. Landelijk dagblad, augustus 2026.
  2. Conzemius MG, Evans RB. Caregiver placebo effect for dogs with lameness from osteoarthritis. J Am Vet Med Assoc. 2012;241(10):1314-1319.
  3. Roush JK, Cross AR, Renberg WC, et al. Evaluation of the effects of dietary supplementation with fish oil omega-3 fatty acids on weight bearing in dogs with osteoarthritis. J Am Vet Med Assoc. 2010;236(1):67-73.
  4. Barbeau-Gregoire M, Otis C, Cournoyer A, Moreau M, Lussier B, Troncy E. A 2022 systematic review and meta-analysis of enriched therapeutic diets and nutraceuticals in canine and feline osteoarthritis. Int J Mol Sci. 2022;23(18):10384.
  5. Vendramini THA, et al. Exploring the efficacy and optimal dosages of omega-3 supplementation for companion animals. Nutr Res Rev. 2025;38(2):859-874.
  6. Bybee SN, Scorza AV, Lappin MR. Effect of the probiotic Enterococcus faecium SF68 on presence of diarrhea in cats and dogs housed in an animal shelter. J Vet Intern Med. 2011;25(4):856-860.
  7. Scahill K, et al. Efficacy of antimicrobial and nutraceutical treatment for canine acute diarrhoea: a systematic review and meta-analysis for European Network for Optimization of Veterinary Antimicrobial Treatment (ENOVAT) guidelines. Vet J. 2024;303:106054.
  8. Pilla R, Gaschen FP, Barr JW, et al. Effects of metronidazole on the fecal microbiome and metabolome in healthy dogs. J Vet Intern Med. 2020;34(5):1853-1866.
  9. Allenspach K, Wieland B, Grone A, Gaschen F. Chronic enteropathies in dogs: evaluation of risk factors for negative outcome. J Vet Intern Med. 2007;21(4):700-708.
  10. Gow AG, Else R, Evans H, Berry JL, Herrtage ME, Mellanby RJ. Hypovitaminosis D in dogs with inflammatory bowel disease and hypoalbuminaemia. Vet J. 2011;190(1):83-87.
  11. Gamble LJ, Boesch JM, Frye CW, et al. Pharmacokinetics, safety, and clinical efficacy of cannabidiol treatment in osteoarthritic dogs. Front Vet Sci. 2018;5:165.
  12. Verrico CD, Wesson S, Konduri V, et al. A randomized, double-blind, placebo-controlled study of daily cannabidiol for the treatment of canine osteoarthritis pain. Pain. 2020;161(9):2191-2202.
  13. McGrath S, Bartner LR, Rao S, Packer RA, Gustafson DL. Randomized blinded controlled clinical trial to assess the effect of oral cannabidiol administration in addition to conventional antiepileptic treatment on seizure frequency in dogs with intractable idiopathic epilepsy. J Am Vet Med Assoc. 2019;254(11):1301-1308.
  14. Patikorn C, et al. Efficacy and safety of cannabidiol for the treatment of canine osteoarthritis: a systematic review and meta-analysis of animal intervention studies. Front Vet Sci. 2023;10:1248417.
  15. Vaughn D, Kulpa J, Paulionis L. Preliminary investigation of the safety of escalating cannabinoid doses in healthy dogs. Front Vet Sci. 2020;7:51.
  16. Ragetly GR, et al. Efficacy of a joint supplement containing eggshell membrane to improve the mobility of dogs with osteoarthritis: a multicenter double-blind randomized placebo-controlled study. Front Vet Sci. 2025.
  17. Noli C, Della Valle MF, Miolo A, Medori C, Schievano C. Efficacy of ultra-micronized palmitoylethanolamide in canine atopic dermatitis: an open-label multi-centre study. Vet Dermatol. 2015;26(6):432-440.
  18. PubMed. Zoekopdracht nutraceutical AND (dog OR canine): 996 resultaten, jaarlijkse aantallen 8 (2000), 34 (2010), 55 (2020), 100 (2025). Geraadpleegd 30 augustus 2026. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
  19. American Pet Products Association. National Pet Owners Survey, Dog and Cat Report 2024 en update 2025: 50 tot 53 procent van de hondeneigenaren en circa een derde van de katteneigenaren geeft een supplement.
  20. Dinallo GK, Poplarski JA, Van Deventer GM, Eirmann LA, Wakshlag JJ. A survey of feeding, activity, supplement use and energy consumption in North American agility dogs. J Nutr Sci. 2017;6:e45.
  21. Freeman LM, Abood SK, Fascetti AJ, et al. Disease prevalence among dogs and cats in the United States and Australia and proportions of dogs and cats that receive therapeutic diets or dietary supplements. J Am Vet Med Assoc. 2006;229(4):531-534.
  22. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Nationaal Beoordelingskader Claims op Diervoeding. nvwa.nl
  23. NVG Diervoeding en Dibevo, in samenwerking met Ipsos I&O. Petpopulatieonderzoek 2026 (4.318 huishoudens). Bevat geen vraag naar supplementgebruik.


Deze pagina delen op